|
|
|
Reactie
Chris Noorlander. (23-10-01)
Eindelijk heb ik hem toch gereed, na vele
–zeer korte- typsessie’s,
tussen het vissen, voeren en
peilen door. Dit
rotary-onderwerp kwam juist in
mijn favoriete karpermaanden,
Lees meer....
Reactie Tommy de Cleen. (28-09-01)
Dit is mijn visie over de aanpak van een nieuw moeilijk water!!
Harde water zijn in mijn opinie verdeeld in twee categorieën: Lees meer....
Reactie Raymon Schra. (19-09-01)
Hoe te beginnen op een nieuw water.
Daar sta je dan, voor het eerst aan de oever van een nieuw water.
Het was wel een zware tocht met die foudraal, Lees meer....
Reactie Wiel van der Straten. (03-08-01)
thema 1: Hoe een nieuw water aan te pakken?
thema 2: Voerstrategie
Beide themas zijn niet los te zien van elkaar. Ik zal dit aan de hand van onderstaande stukken proberen duidelijk te maken. Lees meer....
|
|
23-10-'01
Reactie Chris Noorlander
|
|
Eindelijk heb ik hem toch gereed, na vele
–zeer korte- typsessie’s, tussen
het vissen, voeren en peilen door.
Dit rotary-onderwerp kwam juist in
mijn favoriete karpermaanden,
maanden waarin ik vaak in de weer
ben…alles om wat karpers te
vangen. “Hoe een nieuw water aan
te pakken” was onderwerp nummer
1…hieronder lees je een greep uit
vorig jaar…toen wij toevallig net
begonnen met een nieuw
water…daarbij nog wat meningen,
geen wijsheden…”Voerstrategie”
…leuk onderwerp, waar ik ook wel
wat ervaringen mee opgedaan heb,
temeer omdat ik zelf bijna altijd
van te voren voer…en omdat een
aardig aantal mensen uit mijn
omgeving dat ook doen.
Hoe
een nieuw water aan te pakken.
Beginnen op een nieuw water is
altijd moeilijk...en de moed zinkt
al snel in de schoenen als het de
eerste sessie's niks is. Maar,ik
denk dat er een hoop blanks bespaard
kunnen blijven als je eerst eens
grondig de mogelijkheden op het
water gaat
bekijken/peilen/uitzoeken.
Ik
begin zelf in elk geval altijd met
flink wat tijd rondlopen, en
rondvaren...om een compleet beeld te
krijgen van hoe er gevist wordt, en
hoe het er onder water uit ziet.
Zomaar lukraak de hengels tegen de
eerste de beste overhangende struik
werpen is niet bepaald een goede
start.
Wat
mijn mening is over hoe een nieuw
water aan te pakken, kan ik denk ik
het beste omschrijven met een soort
verslag van een water waar we vorig
jaar zijn begonnen. Het betreft een
afgesloten water van 18
hectare.
In de zomer waren we er al een
aantal keer naartoe gereden, om
vanuit de boot naar eventuele
karpers aan het oppervlak te kijken,
en ook om wat locale vissers te
spreken...er waren er echter niet
veel. In deze periode hadden we een
beeld gekregen van:
1--hoe
er gevist werd....bijna niet dus, en
degenen die er zaten visten steevast
met boilies op makkelijk te
doorbreken voerpatronen.
2--Een
aantal karpers, de vissen die we
hebben gezien zaten tussen een groot
lelieveld, en ze waren niet echt
schrikachtig van de boot...zo bleek.
3--Witvis,
van de vissers die er zaten hebben
we begrepen dat er heel weinig
witvis zit...die hebben we zelfs nog
niet 1 keer zien springen, of
zwemmen, (en later,tientallen
karpers later zelfs nog niet eens
gevangen...met partikles notabene).
4--Bestand...ook
van de aanwezige vissers...en van
mijn maat zijn maat (Ja die)
begrepen we dat er karpers zwemmen
van allemaal in zo'n beetje dezelfde
gewichtsklasse...tussen de 18 en 26
pond....met enkele uitschieters naar
beneden en naar boven.
Het
aas was dus aan de hand van de alle
bovenstaande gegevens snel bepaald:
eerst starten met particles
natuurlijk. Later in de zomer hebben
we het hele water nauwkeurig in
kaart gebracht met behulp van een
dieptemeter en een vaste hengel.
Aanwijsbare stekken werden de
volgende: De grote kom,en wel in de
hoek waar de zuidwestenwind en dus
ook de meeste zon op staat. (Daar
kijk ik altijd naar op een nieuw
water)...bovendien: om deze stek te
bevissen, moest je een kilometer
zeulen met je spullen...iets wat de
weinig aanwezige vissers al sowieso
niet deden. Twee vliegen in 1 klap
dus...en de eerste plek om het te
proberen was geboren. Langs de hele
kant waar de wind op staat liep een
lange rietkraag, en vanaf die kraag
liep de diepte van 1 meter langzaam
naar dieper...tot een meter of 8. Op
ongeveer een diepte van 4 meter -6
meter uit de rietkraag- stond wier.
De
tweede stek waar we het wilden gaan
proberen was het tussenstuk, tussen
de twee kommen, waarin ook het
eerdergenoemde lelieveld ligt. in
heel de "trechter" van
ongeveer 200x200 meter is het een
egale diepte van ongeveer 3
meter....beduidend ondieper dan de
twee kommen, waar het zelfs tot 15
meter diep gaat. Op dit middenstuk
hadden we al karpers zien zwemmen in
de lelies, en later ook zien
springen op open water. Stek twee
dus! Mijn maat wilde het bovendien
een beetje overal voor de kant
-instant- gaan proberen, hij had al
sterke vermoedens dat de karpers
bijna alleen via de kanten naar het
middenstuk gaan....of juist naar de
kommen.
We
wisten al met wat voor aas we het
wilden gaan doen, en we hadden ook
al een paar plekken waar we het
zeker wilden gaan proberen....dus
voeren maar...en eindelijk eens een
keertje daadwerkelijk vissen! Ik
voerde met maples en tijgernoten
door mekaar een emmer langs heel de
rietkraag op de stek waar de
zuidwestenwind op staat, ongeveer
150 meter...op een diepte van 2 tot
6 meter. In de loop van de tijd had
ik al begrepen dat er een vrij groot
aantal karpers rondzwemt, vandaar
dat ik meteen maar koos voor een
emmer vol over een grote strook. De
maples om de tijgernoten aan de gang
te krijgen, en de
tijgernoten....omdat het tijgernoten
zijn. Die andere ging voor zijn
eigen kant kleine voerstekjes maken,
1 met maples/tijgers, en een andere
met boilies (toch). We reden 2
avonden achter elkaar heen en weer
om te voeren...de derde gingen we
vissen (nacht). Zo kwam het dus,
dankzij een goede voorbereiding,
goed peilen, en goed rondhangen van
eigenlijk al een paar maanden dat ik
die nacht 9 beten kreeg....waarvan
ik er 8 ving (het ondergelopen riet
voor de eigen kant waren we tijdens
de voorbereiding nog eventjes niet
tegengekomen….helaas) allemaal
mooie karpers tussen de 18 en 23
pond, en die andere vent kreeg 4
beten, die hij allevier ving, ook in
dezelfde gewichtsklasse. Twee locals
notabene, die dezelfde nacht aan de
hele andere kant zaten, moesten het
met 1 karper doen. Die
leken minder goed voorbereid
dan wij. Enfin...wij hadden een
goede start, tijdens de sessies die
volgden hebben we veel meer
bijgeleerd over het water, andere
aassoorten geprobeerd, een aantal
verschillende stekken bevist... ik
had het leukste najaar van mijn
leven....en binnenkort gaan we er
weer verder.
Tijdens de eerste sessie op het
nieuwe water…
"Hoe
te beginnen op een nieuw water"
...daar ging deze rotary over.
Wel...als je -zoals wij toen hadden-
een paar aanknopingspunten hebt,
door te peilen/vragen/kijken/noem
maar op....pas dan kun je gaan
beginnen, en als je eenmaal aan het
vissen bent, en je vangt er af en
toe een paar, dan komen de
aanknopingspunten als het ware
'aanwaaien'.
Ik zou dus -voor je begint- altijd
het hele water gaan uitpeilen, zodat
je ook maar ieder hoekje kent,
erachter komen hoe er gevist word,
en..goed kijken waar je ze ziet
zwemmen/springen/enzovoort. De rest
(trekroutes,aasgedrag, witvis, enz)
komt dan vanzelf tijdens het vissen.
Stekken op nieuw water bepaal ik
voornamelijk in de noord-oost-hoek
van het water (om mee te beginnen!)
de hoek waar de meeste zon,en wind
in staat, tenzij er andere dingen,
als veel hengeldruk op die stekken
aan de orde zijn. Aan de hand van
lelies, wier, taluds, obstakels, enz
kun je dan verder zoeken. Echter,
als de wind/zon-kant absoluut niet
aan twee van de drie V’s
(voedsel/veiligheid) voldoet, dan
uiteraard toch even verder kijken.
Wel
zou ik, vooral in de beginperiode op
een nieuw water zoveel mogelijk
verschillende stekken uitproberen.
Aas:
Probeer erachter te komen wat er aan
witvis rondzwemt, en waar de anderen
meestal mee vissen. En hiermee kun
je verder bouwen, ondertussen
natuurlijk ook wel weer zoveel
mogelijk soorten uitproberen, tenzij
je meteen een aassoort compleet aan
de gang wilt brengen op het
water....maar dat zou ik zelf niet
doen.
Dressuur.
Probeer zo snel mogelijk een beeld
te krijgen van hoe en waarom de
karpers er geconditioneerd zijn...om
daar in het begin al zo goed
mogelijk op in te spelen!
En
dan, eigenlijk nog het
belangrijkste, houd in de
beginperiode als je er vist (eigenlijk altijd) de ogen goed open, en blijf ook s’nachts
zo lang en vaak mogelijk wakker...om
te kijken wat ze doen,waar ze
springen,rollen,enzovoort.
Trouwens,als
er mogelijkheden zijn om te pennen
op veel stekken op het water, dan is
dat 1 van de beste manieren om al
vissend een beetje inzicht in het
water te krijgen!
Nog
even iets over Frankrijk.
Als
je voor het eerst naar een nieuw
water in Frankrijk gaat, dan heb je
eigenlijk veel te weinig tijd om een
goede start te maken. Liefst ga ik
–zeker de laatste tijd- steeds
naar hetzelfde water. Die korte
sessie is eigenlijk veel te kort om
een goed beeld te krijgen van zaken
als: bodemverloop, dressuur,
trekgedrag, aas, enzovoort.
Als
je aankomt op een nieuw Frans water,
neem dan de eerste dag en nacht
vooral goed te tijd om rond te
kijken, rond te vragen, en rond te
dobberen. Probeer springende vis te
lokaliseren, en probeer door evt
andere karpervissers, en eventueel
aan de hand van de
weersomstandigheden op dat moment
erachter te komen op welke
sector van het water je moet
beginnen. Als je op deze manier een
sector hebt gevonden, dan zou ik pas
beginnen met
peilen/prikken/dieptemeten. Als je
dan geluk hebt, en je hebt de zaken
goed kunnen inschatten, dan vang je
er karper….maar vergeet niet de
rest van het water in de gaten te
houden, voor als je sector niet goed
karper oplevert.
Iets
wat ik zelf nog nooit gedaan heb,
maar volgend jaar wel wil gaan doen:
De eerste twee dagen spenderen aan
sectoren/stekken uitkiezen, en ze
dan allemaal bevoeren. En dan met
vissen dus zo mobiel mogelijk
blijven! Op stekken waar je karpers
vangt, voer je door….en op stekken
waar het niets is, stop je met
voeren….en eventueel weer op een
nieuwe stek, waar je tijdens het
vissen bijvoorbeeld een karper zag
rollen weer verder voeren. Toch
blijkt dat er door een ‘aanpak in
korte tijd’ , zoals in Frankrijk,
niet altijd successen te behalen
zijn –in tegendeel.
Voerstrategie.
Een
altijd perfect werkende
voerstrategie bestaat wat mij
betreft niet.
Het De Baets-concept, het
Evert-aalten-concept, noem maar
op…ze werken LANG niet in iedere
situatie, en op ieder water. Zelf
voer ik bijna altijd vooraf wanneer
ik ga vissen. Ook op bijna ieder
water. Maar er is gebleken dat er
voor ieder water een andere ideale
manier is. Vooraf vraag ik me eerst
af: Wat is de bedoeling van het
voeren…dus wil ik er karpers mee
op een bepaalde stek/sector
krijgen…of wil ik karpers aan mijn
aas laten wennen…of wil ik karpers
dagelijks conditioneren dat er op
een bepaald tijdstip wat te halen
valt? En..hoe zit het met het
trekgedrag van de karpers op dat
water, wanneer azen ze er, hoeveel
karpers verwacht ik op mijn
voer…en hoeveel verwacht ik dat ze
gaan vreten?
Iets
te veel Black-eyed-beans gevoerd
waarschijnlijk…
Wat
is de bedoeling van het voeren.
Vooral
op gesloten, relatief drukbezette
wateren kun je heel veel karpers in
een bepaald gebied krijgen door veel
en groot te voeren. Zo heb je ook
als voordeel dat er een relatief
groot gedeelte van de populatie aan
je aas went. Ik heb zelf echter de
indruk gekregen dat dit niet de
manier is om een zo hoog mogelijk
gemiddeld gewicht te vangen op een
water…even als voorbeeld: Op een water waar we met zijn tweeën vissen, voer ik altijd
grotere stroken met pakweg een emmer
particles. Die ander maakt kleine
voerplekjes….voor iedere hengel 1,
ook met particles. Ik vang er
stukken meer…maar zijn gemiddeld
gewicht is opvallend hoger.
Meerdere
kleinere voerplekjes tegelijk op een
water, van pakweg tussen de 3 a 7
dagen voeren zou wat mij betreft ook
een goede manier zijn om de vaak
grotere stekvaste vissen uit hun hok
te lokken. Doe je dit op te kleine
wateren, dan heb je kans dat er
“zomaar een karper” langs
komt….de boel kaal vreet…en de
voerplek de volgende dag weer
terugvindt, omdat het water nu
eenmaal klein is. Minder kans op die
grote die misschien vlakbij in zijn
hok zit lijkt me dus. Op langgerekte
kanaalachtige wateren, of rivieren
begin ik steeds meer te twijfelen
over het nut van voorvoeren.
Enkel
wanneer je juist de stekvaste vissen
in de buurt wilt vangen, dan zou je
een voerplek kunnen maken. Trekkende
karpers die je voerstek kaalvreten,
en doorzwemmen, komen de volgende
(voer)dag waarschijnlijk –in
tegenstelling tot bijvoorbeeld een
gesloten put- niet meer op je
voerstek, en kunnen dus ook niet
geconditioneerd worden om dagelijks
terug te komen. Twee uitersten en
mogelijkheden van zo’n voerstek op
langgerekt water maakte ik in het
afgelopen voorjaar mee…beide op
hetzelfde water. Iemand die ik ken
ging een paar dagen voeren –niet
groot- maar een normaal voerplekje.
De eerste run die hij kreeg in de
nacht toen hij er op viste was
meteen de laatste…die run kwam
binnen een uur na ingooien. Dat was
meteen een dikke bak. Een stekvaste
solitair uit de buurt die dagelijks
op het voertijdstip zijn stek kaal
vrat wellicht?
De
andere mogelijkheid: Ikzelf maakte
ook een voerstek van drie dagen, ook
niet groot…maar laten we zeggen
standaard. De hele nacht ving ik
niets, totdat ik de volgende morgen
rond 9 uur twee beten in een
kwartier kreeg. Ik ving twee
broertjes van elkaar: Gestroomlijnde
strakke
laag-in-de-twintig-schubkarpers.Toevallige
passanten die voor het eerst op mijn
voerstek arriveerden wellicht? Niet
dat ik er niet blij mee was hoor…J
Dit
jaar heb ik een aantal keer
geprobeerd –op een dergelijk
langgerekt water- om de trekkende
karpers voor 24 uur lang vast te
houden, door veel en verspreid te
voeren, en dan ook over de hele
breedte. Dat liep soms, maar toch
wisselvallig. Je zal ongetwijfeld
karpers op deze manier vast kunnen
houden, maar waarschijnlijk is dat
maar een klein percentage van wat er
in de voerdagen daadwerkelijk is
komen vreten. Volgend jaar
experimenteer ik verder door ook om
de twaalf uur te voeren.
Tot
slot nog even over een vaste
voerstek.
Iets
wat ik zelf nooit doe…ik vis wel
op een aantal ‘vaste’ stekken,
maar ik onderhoud ze niet regelmatig
door te gaan voeren. Voor een sessie
voer ik een aantal dagen, maar als
ik er twee weken niet kan of ga
vissen dan voer ik ook niet
tussendoor.
Je zult met een vaste
voerstek toch steeds maar een klein
deel van de populatie op je voer
hebben…hoofdzakelijk bepaald door
de hoeveelheid en het oppervlak wat
je bevoerd. Dat deel populatie wat
je steeds op je vaste stek krijgt,
krijg je naar mijn mening ook door
een aantal dagen voor de sessie te
voeren.

1993…Van een vaste voerstek voor
de pen…om de dag een blik maïs.
Chris
Noorlander. |
|
28-09-'01 Reactie Tommy de Cleen
|
|
Dit is mijn visie over de aanpak van een nieuw moeilijk water!!
Harde water zijn in mijn opinie verdeeld in twee categorieën, je heb grote waters
met een gering bestand (een hand vol vissen) en dan heb je waters met een goed
bestand waar heel veel gevist word.
Stap 1.
Kom zoveel mogelijk te weten over het water, als het druk bevist word zijn er misschien artikels over lees die en verzamel zoveel mogelijk info. Over de productieve steken, de goeie tijd en wat voor aas te gebruiken??
Stap 2.
Praat met vissers die er vissen of gevist hebben, verveel en zaag niet te veel en altijd vriendelijk zijn. De meeste zullen je wel wat aanwijzingen geven!! Als je maar vriendelijk bent en hun niet te lang verveeld met je vragen.
Stap 3.
Bezoek het water zo veel mogelijk en opserveer het heel goed. Pijl de steken, kijk heel goed of je geen vis ziet en voer op verschillende steken niet te veel!! Maar doe het wel zo dat niemand die er aan het vissen is er last van heeft. Gebruik ook je ervaring van op vorige waters, zoek
een stek die je bevalt (of meer dan één als dit mogelijk is) het is niet altijd de stek dichtst bij de parking of die waar je je de bivvy goed kunt zetten! Pijl deze steken uitvoerig en noteer alles, dieptes en features.
Stap 4.
Als er andere vissen, probeer dan niet te concurreren met je aas of je moet het met een paar vrienden doen. Dan kun je proberen om die boilie te vestigen als een nieuwe voedsel bron voor onze vriend karper. En als je dit doet kun je heel goed scoren, maar gebruik dan wel iets dat heel goed is en waar je heel het jaar mee vangt! (a food bait waar een vis zich goed bij voelt na het eten ervan) dit aas zal heel lang vangen en de resultaten zullen stijgen!!
Stap 5.
Wat rigs betreft, hou het simpel, gebruik rigs waar je vertrouwen in hebt
. Vertrouwen is zeer belangrijk!
Stap 6.
Een positieve instelling, (ik ga vangen niet blanken) Als je begint te vissen. Bevis de stekken waarvan je denkt en bevis ze zoals je denkt ze te bevissen, probeer andere vissers in de gaten te houden.Waar ze vissen, hoeveel ze voeren en of ze vangen etc
. Er is niets verkeert aan zij houden jou ook in de gaten. Maar doe je eigen ding ook, maar als de andere zo goed vangt
.aarzel dan niet om naar hem te kijken en misschien je eigen ding er rond te doen.
Stap 7.
Probeer zoveel mogelijk naar het water te kijken om vis activiteit waar te nemen, met een gesloten tent zie je niets en als je slaapt ook niet (slapen doe je maar thuis).
Op grote waters kan wind een grote rol spelen, en hou het weerbericht op de radio in de gaten
..En als je denkt dat je meer kans maakt om vis te vangen op een andere stek, verkas dan! (vertrouw op je instinct). Maar als je het verkeert hebt weet je dat ook weer, voor de volgende keer. Zelfs ervaren karper vissers hebben dit wel eens mis, maar leer er uit je verkeert zijn!
Stap 8.
Op deze waters zul je wel wat meer blanken, maar geef het niet te snel op
De aanhouder wind altijd
..trust me I know!!
Stap 9.
Heb plezier in je visserij en probeer je mede vissers te leren kennen, en probeer altijd vriendelijk te zijn en te helpen indien nodig
.. Zit daar niet alleen in je tentje, en als je ge aanvaard word door de andere vissers zal het veel leuker zijn en kun je ook hulp van hen verwachten. Ook nooit jaloers zijn over andere hun succes, jou beurt komt wel, op deze waters is het dikwijls zo dat de vissen zin hebben om te eten en dan heeft iedereen kans op een vis.
En krijg ook geen dikke nek als je goed gaat, ik heb al goeie vissers gezien die na wat succes terug vallen en het gewoon opgeven. Een goeie karper visser kan tegen tegenslagen (ik toch!!)
Stap 10.
Nooit het gevoel met het water verliezen, en probeer altijd op de hoogte te blijven als je geen tijd kunt vrijmaken om te vissen. Als het te ver is om zomaar eens te gaan buurten, bel dan naar je vrienden die er veel vissen of wat dichter wonen of e-mail ze (zo blijf je op de hoogte) van waar,door wie en zelfs met welk aas er gevangen word.
Deze info is zeer belangrijk
..!!
Cheers Tommy.
|
|
19-09-'01 Reactie Raymon Schra
|
|
Hoe te beginnen op een nieuw water.
Daar sta je dan, voor het eerst aan de oever van een nieuw water.
Het was wel een zware tocht met die foudraal, zware tas, stoel en onthaakmat, maar je hebt het toch maar weer gehaald.
Dus nu de hengels uitpakken en vissen maar. De karpers zullen vanzelf een keer langs mijn stek komen, en dan zul je ze vangen ook.
Dit is de fout die door velen gemaakt wordt. Op een nieuw water is het beter om eerst na te gaan of er karper zit. Dit kun je vragen bij mensen die er vissen, of er in de buurt wonen.
Goed, er zit dus karper, en dan? Dan is het zaak om de karpers te lokaliseren. Dit kun je doen door te kijken naar tekenen van karper. Dit kunnen zijn, rollen, springen, aasplakkaten of bewegend riet. Als dit niet waarneembaar is moet er zelf gekeken/ gezocht worden naar plekken waar karper verwacht kan worden. Dit kan op een aantal manieren.
Een manier is het gebruik van een boot. Met een 5 meter hengel kun je zo voelen hoe diep het op een plek is( mits het dieper is dan 5 meter) Ook krijg je een idee van de bodemgesteldheid.
Als je bijna in het water valt heb je grote kans dat het een heel zachte bodem is. Snel verder varen dus.
Ook kun je gebruik maken van een peilhengel.Een oude werphengel met molen volstaat hiervoor.De montage is hiernaast in de afbeelding te zien.
A = Hoofdlijn. Tip: Bij kinkende lijn wil het nog wel eens voorkomen dat de dobber niet meer omhoogkomt. Gebruik dan eens een voorslag van een meter 10 van Amnesia. Dit is zeer stug en kinkt nauwelijks.
B= lood, bij voorkeur 60 gram of meer, in verhouding met de dobber.
C= stuk tube (+- 5 cm)dat ik altijd gebruik om te voorkomen dat ik het geheel in de war gooi.
D= De dobber, je kunt een snoekdobber gebruiken of gewoon een ouderwetse drijver.
Hoe werkt het nu?
Op je peilhengel plak je 2 stukjes tape, op 30 cm van elkaar. Dan gooi je in op de plek waar je de diepte van wilt weten en wacht tot het lood de bodem heeft bereikt. Vervolgens draai je langzaam in tot je de dobber tegen het lood voelt slaan.
Dan geef je lijn, zo veel als tussen de 2 stukjes tape, en je telt het aantal malen dat je dit doet. Komt bijvoorbeeld de dobber na 8 keer lijn geven boven, dan is het water daar 2.40 meter diep (immers 8 x 30cm is 2,4 meter)
Weet je de diepte, dan haal je weer op tot je de dobber tegen het lood voelt slaan. Haal dan de montage +- 1,5 a 2 meter in en herhaal het bovenstaande. Zo kun je in korte tijd een goed beeld krijgen van het bodemverloop. Waar zoek je nu naar? Een volledig monotone bodem is meestal oninteressant. Beter is het om te zoeken naar taluuds, plateaus. Al die plekken dus, waar de bodem niet monotoon is.
Heb je een aantal plekken gevonden, onthoud deze dan goed, schrijf ze desnoods op aan de hand van een aantal herkenningspunten.Als je nu eens een aantal dagen (voor mij volstaat 3) gaat voeren, en er dan gaat vissen, zijn er twee mogelijkheden:
Of je vangt iets, of je vangt niets. Simple as that. Vang je niets, voer dan nog 2 dagen en vis er nog eens, probeer het eens op een ander tijdstip. Als je niets vangt, laat je de stek met rust en ga je voeren en vissen op een van de andere plekken.
Vang je wel vis, dan is het zaak om niet gelijk in een hosanna-stemming te geraken. Natuurlijk is het geweldig dat alle tijd, moeite en geld ergens toe geleid hebben, maar het kan nog tot meer leiden, als je het handig weet te spelen.
Op elk water wat ik namelijk tot nu toe bevist heb, zijn er plekken waar je veel vis vangt, plekken waar je weinig vis vangt, plekken waar je niets vangt, plekken waar je grote vis vangt en plekken waar je kleine vis vangt.
Immers, we zijn toch een hele middag gaan peilen? Dan heb je vast meer dan een stek gevonden. Als je een stek aan de loop hebt, onderhoud hem dan ook, maar begin ook eens met voeren op een andere stek. Als het op de nieuwe stek niets is, heb je altijd de eerste nog, en nog de andere mogelijke stekken die je gevonden hebt tijdens het peilen.
De eerste stek is niet altijd de beste. Als je bereidt bent om te zoeken, zul je soms leuke dingen tegenkomen. Helaas is het niet altijd mogelijk om meerdere stekken te onderhouden, omdat er meerdere vissers zijn, maar kom je in de gelegenheid, gelijk DOEN!
Maak je onthaakmat maar nat!
Raymon Schra
|
|
|
|
thema 1: Hoe een nieuw water aan te pakken?
thema 2: Voerstrategie
Beide themas zijn niet los te zien van elkaar. Ik zal dit aan de hand van onderstaande stukken proberen duidelijk te maken.
De keuze van het water is voor ieder persoonlijk. Zelf maak ik een keuze uit een water bij mij in de buurt, een cultuurwater, om na het werk nog een enkel uurtje te gaan vissen en om ook in de winter op een vertrouwd water te zitten en het andere water ligt een stuk verder uit de buurt dat door mij en mijn vaste visvriend in de vakantiedagen bevist wordt. Het zijn meestal grote wateren. Hoe komen we aan dergelijke wateren?
Door met andere vissers te praten en door zelf op onderzoek te gaan, meestal in het vroege voorjaar.
Aangekomen lopen we langs het water; zit er dan ook nog een of meerdere vissers dan proberen we informatie te vergaren over vangsten e.d. Vaak maken we daarna een beslissing. Gaan we er vissen dan proberen we het water voor een deel in kaart te brengen. Een deel van het in kaart brengen hangt af van de stekkeuzes; wat verder meespeelt is eigen smaak, de tijd waarop gevist wordt, wind, zon e.d.
We gaan dan afspraken maken hoe het water te bevissen.
Voordat je er gaat vissen, zul je vantevoren een doel voor ogen moeten hebben:
a. a) wat wil je vangen;
b) ben je tevreden met zo nu en dan een karper;
c) wil je een grote karper vangen.
a en b zijn van toepassing voor mij op het cultuurwater; c is duidelijk voor de vakantiedagen waarop mijn vriend en ik erop uittrekken om zware karper te vangen.
Waarom een doel stellen?
Het stellen van een bepaald doel bevordert de motivatie. Als nu tijdens het seizoen blijkt dat het doel niet gehaald kan worden of net hoger gesteld kan worden, dan zal het doel moeten worden bijgesteld, aangepast. Het is zeer nuttig om veel gegevens op te schrijven (bv. nauwkeurige vangstregistratie, plaats, tijd, weer) in een logboek. Dit kan zeer leerzaam zijn voor een ander seizoen als je het water nog eens wilt bevissen en het is leuk om in de wintermaanden dit nog eens na te lezen.
Heb je een beslissing gemaakt dan moet je bij het kiezen van het water met het volgende rekening houden:
1. * het water moet de karper bevatten die je wilt vangen.
(soms weet je echter niet hoe het karperbestand van het water is)
2. * het water moet niet te ver van je woonplaats afliggen.
Het derde probleem: het ontdekken (lokaliseren) van de karper.
Nodig: zonnebril (polaroidbril), hengel met zware dobber en wartellood van het peilen, je zintuigen en een beetje geduld.
Op warme dagen is het lokaliseren het gemakkelijkste: bijna bewegingsloos hangen de karpers in de bovenste laag van het water. Kun je de karpers niet direct zien dan zul je op bewegingen in lelievelden moeten letten omdat de karper zich daar ophoudt. Ook bij rietkragen houdt de karper zich graag op omdat hij daar beschutting en voedsel vindt. Vaak houdt de karper zich daar op waar ze ook azen.
Als je de karper hebt ontdekt, begin je met het peilen zodat je de visstek door en door leert kennen (diepte, obstakels, kuilen e.d.). Neem hiervoor rustig de tijd! Ook kan het zijn dat je geen karpers waarneemt ... Je ervaring, intuitie moet je dan leiden!
Andere zaken waar je rekening mee kunt houden: bodemgesteldheid, wier, taluds, windrichting, zon, luchtdruk (volgens mij alleen van toepassing op, meestal, stilstaande wateren die niet dieper zijn dan 3 a 4 meter), natuurlijk voedsel, soort water (kanaal, rivier, grote plas, grindgat, cultuurwater, zandput, polder, veenplas).
Genoeg keuze voor het gebruik van aassoorten.
Houdt hierbij rekening met 3 zaken:
1. * wordt er al veel met dezelfde aassoorten gevist?
Zo ja, neem dan een totaal ander aas, in zoverre dat dit moet afwijken van de rest. Denk aan dressuurverschijnselen ...
2. * kun je aan voldoende aas komen?
Niet dat na een bepaalde tijd het aas niet meer te krijgen is ...
3. * hoeveel geld wil je voor je aas uittrekken?
Bijna alles wat eetbaar is, lust de karper. Dus de kosten van het aas hoeven niet hoog te zijn.
Wat meespeelt bij het vangen van een zware karper (deze zware is natuurlijk voor elk water een andere maat) is het geloof in eigen kunnen; enerzijds een stuk karakter, anderzijds door schade en schande opgebouwd. Jarenlang en jarenlang zeer intensief met de visserij en op een brede diversiteit aan wateren bezig zijn, werpt vruchten af: ERVARING.
Het ontstane zelfvertrouwen wordt uiteindelijk een soort geheim wapen. Je moet geloven in je materiaal! omdat juist de resultaten in deze vrije tijdsbesteding zo onvoorspelbaar zijn. Vaak zit het vangen van een karper (ongeacht welk water) het m in de uren afzien onder de meest uiteenlopende omstandigheden, in taal uithoudingsvermogen, in honderden mislukte worpen e.d. En soms de juichkreet van het grote succes ...
Criteria voor het vangen van grote karper:
1. * er moeten grote karpers in rondzwemmen.
* groot voedselaanbod.
* niet teveel karpers aanwezig.
* grootte van het water.
* totale wateroppervlakte.
* de verhouding oppervlakte- en oeverdiepte.
* diepte van het water.
* genetische eigenschappen van de karper:
(dit zijn vissen die een heel groot deel van het opgenomen voedsel omzetten in puur lichaamsgewicht en dat zijn slechts weinig karpers ...)
Andere belangrijke factoren:
het witvisbestand:
zit er veel witvis dan betekent dit dat er met hard aas gevist moet worden
* het systeem waarmee gevist wordt:
is het water tot vele meters uit de kant ondiep dan kan niet met de pen gevist worden
* hengeldruk:
overdag druk bevist? ga s avonds of s nacht; de karper is erg op zijn rust gesteld
* mag er op de gewenste tijden op de geplande stek gevist worden?
Voerstrategie
Nu ga je aan het voeren denken. Voordat je op je nieuwe stek gaat vissen, heb je vantevoren al geover. Je hebt een plan opgesteld.
Let er bij het komende stuk op dat dit mijn visie is; andere karpervissers zouden het anders doen!!! Als er op een stek een massa vis verzameld is die elkaar het voedsel probeert af te snoepen, noemen we dit voedselconcurrentie.
Bij schoolvissen is het aangeboren en ook noodzakelijk dat ze toehappen op alles wat eetbaar lijkt, zo niet dan eet de concurrentie het wel op. Is het niet eetbaar dan kan de vis het ding altijd nog uitspuwen. Zo kan het voorkomen dat vissen aas in de bek nemen als ze zelfs geen honger hebben, om het daarna weer uit te spuwen.
De vissen zijn vrijwel altijd voorzichtig wanneer ze met een voor hen vreemd soort voedsel in aanraking komen. Er wordt uitgebreid aan gesnuffeld en pas wanneer de geur binnen het smaakplaatje valt, wordt er voorzichtig aangeproefd. Het kan dagen duren voordat de vis daadwerkelijk overgaat tot het eten van het voedsel: de vis heeft instinctief even gewacht hoe zijn organisme reageerde.
Omnivoren (=alleseters), waaronder de karpers vallen, hebben een verfijnde voedingscomputer om te kunnen overleven. Wanneer je karpers maar even aan een bepaald voedsel laat wennen, dan zal hij er zeker van gaan eten, voor wanneer de vis hongerig is. Gewenning aan een bepaald voedselsoort speelt een erg grote rol waar het onmiddellijke reactie (= instant respons) betreft. Of het voedsel gemakkelijk oppakbaar is, goed verwerkbaar en slikbaar en of het gevaar oplevert om het te verkrijgen, is zeker zo belangrijk.Dat is dus de reden waarom je eerst een voerplek onderhoudt voordat je gaat vissen.
Je moet als je dan gaat vissen de karper nog steeds de tijd gunnen om het voer te laten nemen. Kat kan nog uren vistijd kosten voordat je je eerste beet krijgt! Je dient doelgericht te voeren. Het is volgens mij niet nodig om kilos voer telkens in het water te gooien, maar om de karper voor langere tijd op je stek te laten terugkomen. Maak ook voor de zekerheid 2 of meer voerstekken, vooral op groter water, dan kun je tenminste nog verkassen als de vis niet bijt of je stek bezet is.
Ook is het goed om de stek na een aantal gevangen karpers met rust te laten, vooral op afgesloten wateren; karpers zijn vissen die snel in staat zijn iets aan te leren (zowel wat lekkers, als ook het leren van gevaar). Houdt de stek wel bij; de karper blijft terugkomen omdat het voedsel gemakkelijk verkrijgbaar is, dus hij hoeft niet op zoek te gaan naar voedsel en je geeft de karper het gevoel van veiligheid\vertrouwen. Dit is van wezenlijk belang voor de karper om voor langere tijd op je stek te komen. M.b.t. de voedselconcurrentie is mijn mening dat eerst de witvis op je voerplek komt. Dit betekent dat naast harde aasdelen ook zachte delen in het voer moeten zitten. De karper komt mmestal ook snel ter plaatse doordat er zoveel drukke beweging is van azende vissen. Door voedselnijd wordt de karper minder argwanend t.a.v. het aas.
Een andere zaak is dat het voeren van veel voerdeeltjes betekent dat de vis langer op de stek blijft liggen omdat het langer duurt voordat alles is opgegeten. Let op dat je geen grote voerballen ingooit want de karper schrikt en is weg!
Tijden van het voeren:
Ga voeren op het tijdstip waarop je van plan bent te gaan vissen. Ga je echter 2-3 dagen dan is het m.i. niet zo belangrijk wanneer je gaat voeren omdat de karpers die dag zeer zeker op je voerstek komen. Blijf echter wel regelmatig voeren.
Het is aan te raden om wanneer je een karper vangt, na een uurtje bij te voeren. Ik voer nooit meteen bij omdat de kans groot is dat er meerdere kaarpers op je voerstek liggen en er waarschijnlijk nog eeen of meerdere beten zullen volgen. Pas na een uurtje als ik geen beet gekregen heb, voer ik bij.
ondiepe plekken
Van geregeld voeren op ondiepe plekken houdt de karper niet van. I.p.v. hiervan is het raadzaam om een groot deel van de voerballen tegelijkertijd op de voerstek te gooien. De voerballen worden gekneed met verschillende vastheid (= voersoorten met verschillende kleefkracht, al of niet voorzien van leem).
soorten voeren
Op een groot water kun je geconcentreerd voeren of sector voeren.
Bij het geconcentreerd voeren is de hoeveelheid voer minder; je gooit de boilies of voerballen op 1 of 2 gerichte plekken.
Bij sector voeren gooi je een aantal boilies of voerballen hier, een aantal meters verders weer een aantal, dan weer een aantal daar, zo verspreid over een behoorlijk stuk water. Het doel is om de karper het voedsel als natuurlijk aas te leren beschouwen; de karper beschouwt het aas dan als veilig. Je moet als je dan gaat vissen, de karper wel proberen te lokaliseren.
En wat is nu de beste manier?
Je zult ook hier vertrouwen, geloven in wat je doet en geduld moeten hebben en zeer zeker ook in de manier van aanpak. En hierin speelt de ervaring ook een zeer grote rol. Verder is het ook het durven te experimenteren van groot belang; niet blijven hangen in voor jou bekende systemen ...
Ik weet zeker dat ik nog zaken vergeten ben; zeer zeker op soorten wateren verschillen de manieren van aanpak. Maar om hierop in te gaan, is op dit moment niet ter sprake. Mijn verslag gaat over grote lijnen waar zeker op zaken nog kritiek of verdere diepgang nodig zal zijn, maar ik hoop een aanzet gegeven te hebben voor anderen en ook dat anderen hun gedachten op papier zetten en zo ook mij aan het denken zetten over zaken waar ik nog niets of weinig vanaf weet want ook ik ben een dier dat snel leert en misschien nog sneller iets afleert ...
visgroeten,
Wiel van der Straten
|
|
|