Aminozuren
In het water komen veel aminozuren voor die op grote schaal vrijkomen. Organismen, gaande van fotoplankton, zooplankton tot dierlijk leven zorgen hiervoor. Dit is de reden waarom in het water aminozuren de achtergrond vormen. In zijn werking kan men aminozuren het best vergelijken met vitamines. Bij vitamines is er steeds een werking naar een bepaald lichaamsdeel toe bijv. het hart, huid, lever enz. Bij aminozuren is de werking eerder gericht naar een bepaald zintuig. Ze geven signalen naar de hersenen door die een bepaalde actie tot gevolg heeft. Het is bijv. bewezen dat een combinatie van L-alamine, L-valine en L-glycine een sterk effect heeft op de attractie en het onderzoeksgedrag van de karper.
Spijtig genoeg zijn boilies niet helemaal geschikt om deze optimale voedingsrespons af te dwingen bij de karper. Reeds door het kookproces al worden in eerste instantie enkele aminozuren afgebroken. Ook het vrijkomen in het water gebeurd op een onregelmatige basis. Daarom is het beter om aminos en ook enzymen pas na het koken toe te voegen. Een groot deel van de chemische aantrekking ontstaat wanneer HNV ingredienten gebruikt worden. Elk ingrediënt heeft zijn specifieke structuur en er is er steeds wel een die weinig afsteekt tegen de achtergrond, zelfs wanneer deze veranderd.
Karpers kunnen deze aminozuren waarnemen, het is hun manier om voedsel te vinden in die wirwar van vrijkomende aminos in het water. Elk bepaald voedsel bevat uit zichzelf aminozuren, sommigen hebben zelfs wat men omschrijft als 'een zeer goed aminozuur profiel'. Dit is een reden te meer om verschillende ingrediënten in een mix te gebruiken. De voeding wordt gevarieerder, maar ook completer. Veel leveranciers bieden een mengsel aan waarin 16 tot 18 aminozuren verwerkt zouden zijn. Een karper heeft slechts 10 aminozuren in een bepaalde verhouding nodig. Waarom er dan 18 toevoegen? Ook op dit punt vertonen ze een overeenkomst met de vitamines. De niet essentiële aminozuren kunnen zelf door het lichaam aangemaakt worden, terwijl de essentiële via de voeding moeten worden ingenomen, Het lichaam kan deze vrije vormen van aminos snel en direct gebruiken omdat geen voorvertering nodig is Bij een niet evenwichtige voeding, stress, extra inspanningen (paaitijd) wordt de behoefte aan aminozuren duidelijk verhoogd. Bepalend voor een goede omzetting van aminozuren tot lichaamseigen eiwitten Is de aanwezigheid van een voldoende hoeveelheid vit B6 Om een enkelvoudige aminozuur deficiëntie te voorkomen zijn glycine en glutamine zeer belangrijk gebleken.